Heksenkruiden.

    Een heksenkruid is een plant die volgens overleveringen veelvuldig is gebruikt door zogenaamde heksen en kruidenvrouwen vanwege een bepaalde werking. 
    De heksenkruiden (of delen van de planten) bevatten stoffen met bepaalde hallucinogene, verdovende, geneeskrachtige, rustgevende of andere werking. 
    De planten zijn vaak zeer giftig, vergiftigingsverschijnselen kunnen soms al optreden bij aanraking met de huid.

    Stoffen die zoal voorkomen in deze planten zijn glycosiden en alkaloïden (zoals scopolamine, atropine, apotropine, hyoscyamine, hyoscine, cuskhydrine, solandrine, digoxine, glitoxine, gitaline, bryonine, bryonidine en mandragorine).

    Gebruik.

    Heksenkruiden worden (volgens een geheim recept) gebruikt in heksenzalf.
    De zalf wordt toegepast op het voorhoofd, de slapen, onder de oksels en in de liezen (plekken waar de substantie gemakkelijk absorberen kan, dit wordt ook "inbalsemen" genoemd).
    Heksenzalf wordt ook wel vliegzalf genoemd, verwijzend naar de trance waarin gebruikers komen. 

    Daarnaast zijn er ook planten die door mensen werden gebruikt om zich te beschermen tegen hekserij, betovering of andere mogelijke gevaren. 
    Deze worden ook wel afweerkruiden genoemd. 
    Zo zou bijvoorbeeld kraamanijs (ingrediënten zijn o.a. anijs, valeriaan, kamille, steranijs ) de jonge moeder in het kraambed bescherming bieden tegen boze geesten.

    Lijst van heksenkruiden.


    Lijst van afweerkruiden.

    Afweerkruiden werden op verschillende wijze gebruikt. 
    In bepaalde gevallen droeg de gebruiker de plant bij zich. 
    In andere gevallen werd de plant naast de voordeur gehangen, in schoenen gedragen, boven het bed gehangen, onder een kussen gedaan, etc. 
    Nog altijd worden deze gebruiken toegepast, zo wordt bijvoorbeeld hulst gebruikt in kerstversiering.